VOORWOORD
In de stad Amsterdam wisten alternatievelingen, die zich
krakers noemden, in de jaren 80 van de 20-ste eeuw flink de
aandacht te trekken. Ik herinner mij dat ik in mijn woonplaats
Enschede beelden op de televisie zag van Beatrix d'r kroningsdag.
Zware rookwolken boven de hoofdstad. 'Geen woning geen
kroning,' aldus de krakers. Het benieuwde mij wat voor lui dat
waren, die stenen gooiden en gratis woonden.
Anno 1981 verhuisde ik naar Amsterdam. Van 1983 tot 1991
woonde ik daar in 't krakerswereldje. Ik had veel tijd nodig
om uit te vinden dat de mensen in dat kleine wereldje niet
anders waren als die in de grote wereld. Een vrij sloom leventje
hield ik erop na. Als er wat te doen was, een kraak of een
rel of iets dergelijks, had ik avontuur.
In de tweede helft van de jaren 80 zakte de kraakbeweging in.
Wie nog wat van de oude aktie wilde moest daar zelf maar voor
zorgen. 't Politieburo bekladderen, opstootjes bijwonen,
iemands automobiel in de hens steken, de slangen afsnijden van
benzinepompen, wekenlang in het huis van bewaring zitten
(vanwege een rel waarbij ik in slaap viel van verveling), dat
awaren zoal mijn bezigheden. En, niet te vergeten, bijgaand
sstripverhaal maken voor een klein tijdschrift genaamd NN.
(Nomens Nescio: 'De naam is mij niet bekend.' Een treffende
titel.)
NOOT: NN heet tegenwoordig Ravage